“Ik ben er geen betere architect van geworden” – By Martin W Smit

Het schijnt dat het binnen de TU Delft niet goed ligt om de studie Bouw- kunde te beschouwen als een beroepsopleiding. We worden namelijk geacht een wetenschappe- lijke opleiding te zijn. De maatstaf daarvoor is de kwaliteit van het onderzoek, liefst tot uitdrukking komend in een aantal interessante publicaties. Het begint er wel eens op te lijken of het leren van een vak daarbij als een hinderlijke bijkomstig- heid wordt beschouwd.

Toen ik ruim tien jaar geleden naast mijn werkzaamheden als architect, ook als docent aan de faculteit Bouwkunde was verbonden, begon- nen de plannen om een promotieon- derzoek te beginnen steeds vastere vormen aan te nemen. Wat mij er steeds van weerhield, was de kloof die ik zag tussen een theoretisch onderzoek en de beroepspraktijk. Het leken twee volkomen aparte werel- den. Dat werd min of meer bevestigd toen ik op een dag een gesprek had met een architect die was gepromo- veerd op het werk en de gedachten van een bekende buitenlandse architect. Zijn onderzoek was een zeer leesbaar onderzoek geworden en genereerde wezenlijk nieuwe inzichten. Hij becommentarieerde zijn onderzoek echter met de opmerking: “Ik ben er geen betere architect van geworden”.

Deze constatering is voor mijn opvattingen over onderzoek uiteinde- lijk bepalend geweest. Ik begon mij te realiseren, dat wat mij betreft een

onderzoek juist wel zou moeten bijdragen aan de verbetering van mijn kwaliteiten als architect. En dat anderen misschien door het lezen van mijn onderzoek ook iets betere architecten zouden kunnen worden. Ik heb indertijd aan het einde van het studiejaar ontslag genomen bij de faculteit en ben full time op een architectenbureau gaan werken. Daarnaast ben ik ook aan een promotieonderzoek begonnen, waarbij ik kritisch ben gaan reflecte- ren op de ontwerpprocessen zoals ik die in mijn eigen architectenwerk gebruikte. De ontstane nieuwe inzichten werden meteen toegepast in de volgende ontwerpopgaven. Er bleek dus wel degelijk een verband te zijn tussen een theoretisch onderzoek en de beroepspraktijk.

Het is niet aan mij om te oordelen of ik een betere architect ben geworden door mijn onderzoek, maar ik ben wel op een heel andere manier gaan ontwerpen. En gezien de regelmatige bezoeken aan de online versie van mijn proefschrift en de reacties die ik daar op krijg, doen anderen er ook hun voordeel mee.

Door mijn ervaring als onderzoeker is wetenschap bedrijven niet meer ‘weten om het weten’, maar ‘weten om er iets mee te doen’ geworden. Een dergelijke gedachte zou ook richtinggevend kunnen zijn voor het wetenschappelijk onderzoek dat wij op Bouwkunde verrichten. Misschien moet een belangrijk deel van de onderzoeksactiviteiten gaan over de reflectie op onze eigen ontwerp- en ontwikkelactiviteiten. Niet alleen om daar zelf een betere ontwerper of ontwikkelaar van te worden, maar ook om anderen in onze kennis en inzichten te laten delen, zodat ook zij beter kunnen worden in hun vak.

Laten wij op ons op Bouwkunde vooral niet schamen voor het feit dat wij mensen voor een fantastisch beroep opleiden. Maar laten we de studenten wel de kennis en kunde meegeven om hun eigen werk aan een onderzoek te kunnen onderwer- pen en daar over te publiceren.
Zo beschouwd is de tegenstelling tussen beroep en wetenschap opeens helemaal niet aan de orde. En worden we alsnog een wetenschappelijke beroepsopleiding.

Martin W Smit

Architect en gastdocent op Bouwkunde

mwsarchitects.com

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Connecting to %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 31 other followers